Een nestje fokken

Wettelijke bepalingen:

  • particulieren mogen wettelijk tot 2 nestjes per jaar fokken.
  • Adverteren kan enkel na aanvraag van een kennelnaam bij Sint-Hubertus.
  • Vanaf 5 honden moet je een milieuvergunning klasse 3 aanvragen bij de gemeente.
  • Vanaf 10 honden is een milieuvergunning klasse 2 noodzakelijk.

Moet mijn hond een stamboom hebben om te fokken?

Een stamboom is niet noodzakelijk. Een organisatie zoals Sint-Hubertus levert stambomen
af. Samen met de commissie voor skeletaandoeningen streven zij ernaar om binnen elk ras
erfelijke aandoeningen zo veel mogelijk te beperken. Zo is het verplicht dat beide ouderdieren
(reu en teef) radiologisch gecontroleerd worden en door de commissie goedgekeurd worden,
om nakomelingen met een geldige stamboom te kunnen afleveren. Afhankelijk van het
ras worden de heupen gecontroleerd in verband met heupdysplasie en de ellebogen
in verband met elleboogdysplasie (incongruentie van de ellebogen).

Benodigdheden:

  • Werpbak: Deze werpkoffer moet voldoende groot zijn. Dwars op de 4 zijwanden
    wordt een horizontale plank gemonteerd. Deze moet 15cm van de bodem geplaatst
    worden zodat de pups hieronder beschermd liggen wanneer de teef tegen de wand
    gaat liggen. Zo kan de teef haar pups niet "doodliggen".
  • Warmtelamp: Te koop in iedere dierenspeciaalzaak.

Basiskennis:

Wanneer mijn hond laten dekken?

Een teefje is vruchtbaar tijdens de loopsheid. Een normale loopsheid duurt gemiddeld 3
weken en een teef wordt twee keer per jaar loops, met andere woorden om de 6
maanden. Sommige hondenrassen, zoals de Duitse Herder, hebben een kortere cyclus
en kunnen om de 4 à 5 maanden terug afbloeden of 'vuil staan'. Bij de hond kan je de
eerste loopsheid verwachten op een leeftijd van 8 tot 10 maand. We raden U aan om
de 2de en liever de 3de cyclus te gebruiken om te fokken.Tijdens de loopsheid stroomt
er meer bloed naar de geslachtsorganen en gaan de vulvalippen opzwellen. Wanneer bij
het aanraken van de vulva of de achterhand de staart naar opzij gehoudenwordt, kunnen
we zeggen dat de teef 'staat'. Dit is het moment dat de teef voor de reu zal 'staan'
en zich wil laten dekken. Dit moment komt normaal overeen met de periode van de eisprong.
Niet alle honden vertonen deze uitwendige kenmerken even duidelijk. We kunnen mits
bloedname en progesteronbepaling in het labo, bepalen wanneer deze eisprong zal gebeuren.
Wanneer het progesterongehalte de 5ng/ml serum benadert, zal de eisprong niet lang
meer op zich laten wachten en kan de teef bij de reu gebracht worden. Twee of drie
dekbeurten met enkele dagen tussen vergroot gevoelig de kans op dracht en de nestgrootte.
Gebruik dus binnen dezelfde cyclus steeds dezelfde reu, daar de pups niet per se van dezelfde
dekdag zullen zijn. De nestgrootte is afhankelijk van het ras.

 

Is mijn teef drachtig?

 

Echo dracht dag 25 Echo dracht dag 40

 

Gedurende de eerste maand zal je weinig veranderingen aan uw hond opmerken. Tijdens
een echografie vanaf dag 25 na de laatste dekking, kunnen we met zekerheid de dracht
of graviditeit vaststellen. De embryo's, omgeven door vruchtwater, zitten veilig achter elkaar
in de worstvormige baarmoederen zijn duidelijk zichtbaar. Het tellen van het aantal te
verwachten pups is op deze manier onbetrouwbaar. Hiervoor nemen we indien gewenst een
radiografie of een RX-opname. Vanaf dag 45 na dekking beginnen de botten van de
foeten of pups te verbenen en worden ze zichtbaar op RX. We kunnen het aantal pups
dan tellen, wat handig kan zijn voor de minder ervaren fokker op het moment van de
partus of geboorte.

De drachtduur bij de hond:

Deze is gemiddeld 63 dagen te tellen vanaf de dag van de eerste dekking en schommelt
tussen 56 en 70dagen. Bij twijfel kunnen we de patiënt echografisch controleren.
Wanneer de pups rijp zijn voor de geboorte, geven ze het signaal aan de moeder en
komt de partus op gang. De melkvorming in de uier is één van de eerste tekenen.
De teef moet op een vertrouwde rustige plaats kunnen werken. Sommige teven stellen
het gezelschap van de eigenaar op prijs, terwijl andere liever met rust gelaten worden.
Ongeveer 6-18 uur voor het geboorteproces op gang komt daalt de lichaamstemperatuur
van de teef met 1 tot 1.7°C. Door de teef steeds op hetzelfde tijdstip van de dag te
temperaturen kan U het partusmoment beter voorspellen.

De geboorte of partus bij de hond:

We herkennen 3 fases.

  • tijdens de eerste fase zien we nestgedrag, onrust, beven, anorexie of geen eetlust.
    De baarmoeder begint contracties te vertonen maar dit is uitwendig niet zichtbaar.
    Deze fase duurt normaal tussen de 6 en 12 uur.
  • Tijdens de tweede fase is er duidelijk buikpers en worden vruchtwater en evt. de
    pups uitgedreven. Deze fase duurt gemiddeld 3 tot 6 uur. Soms kan het tot 12 uur
    duren voor alle pups geboren zijn en een zelden keer nog langer. Bel dan toch even
    de dierenarts. De gemiddelde tijd tussen 2 pups is 3 kwartier.
  • De placenta of nageboorte (eentje per pup) volgt 5 tot 15 min na de geboorte van
    elke pup. Dit is de 3de fase. Als de teef de vliezen niet verwijdert van rond de pups,
    moet de eigenaar dit snel doen, om verstikking te voorkomen.De teef likt de pups
    droog. Dit is belangrijk voor de moeder-pup band. Het vruchtwater en de resten van
    de placenta kunnen felgroen gekleurd zijn. Het opeten van de nageboorten door de
    teef is niet abnormaal, maar wel af te raden omdat dit vaak gepaard gaat met diarree
    de volgende dag.

Abnormale geboorte:

Abnormale geboorte of dystocie komt voor bij 5% van de drachtige teven. Let wel bij
bepaalde rassen loopt dit op tot 100%, zoals bij de Engelse Bulldog waarbij steeds op
voorhand de keizersnede of sectio caesarea wordt gepland omwille van hun specifieke anatomie.

 

Insnijden buikwand en baarmoeder 1ste pup uit baarmoeder verwijderen
2de pup uit baarmoeder verwijderd hechten van de baarmoederwand

 

Wanneer de dierenarts bellen bij abnormale geboorte?

  • Meer dan 24 uur na het zakken van de lichaamstemperatuur is de partus niet
    gestart bij de uitgetelde teef.
  • Meer dan 24 uur geen eetlust.
  • Abnormale uitvloei uit vagina.
  • Meer dan 12 uur tussen fase 1 en fase 2.
  • De pup is gedeeltelijk zichtbaar gedurende 10-15 min.
  • Meer dan 3 uur arbeid in fase 2 en nog geen pupje geboren.
  • Meer dan 1 uur arbeid tussen 2 pups.
  • Constante arbeid gedurende 30 min zonder succes.
  • De arbeid lijkt gestopt alvorens het ganse nest geboren is.

De nazorg: een nest pups, wat nu? De postpartum periode:

Moeder en pups verblijven in de werpbak. Deze bak dient voldoende op voorhand, volgens
bepaalde afmetingen en vorm, gemaakt te worden. In de bak worden krantenpapier of doeken
gelegd om de kroost droog te houden. Een omgevingstemperatuur van 29°C in de bak is
noodzakelijk. Rassen met een dikke vacht kunnen deze temperatuur als onaangenaam ervaren
en hier mag je de temperatuur laten zakken. Bij het gebruik van een warmtelamp en een
grote werpbak kan de teef zelf bepalen waar ze het meest comfortabel ligt. Tevreden pups
zijn rustig en stil. Wanneer ze honger of kou hebben laten ze van zich horen.

Problemen postpartum:

Agalactie of te weinig melk:

Wanneer dit zich voordoet zijn de pups eerst onrustig en rumoerig. Kort daarna worden ze
stil en lusteloos door energiegebrek. Het is mogelijk dat de teef geen melk kan geven omwille
van slecht klierweefsel, maar meestel is de oorzaak elders te zoeken:

  • stress; hierdoor kan de teef de melk niet loslaten. De melkvorming is normaal, maar
    de klieren laten de melk niet schieten. Door de omstandigheden te verbeteren en de
    dierenarts een spuitje oxytocine te laten toedienen kan dit probleem opgelost worden.
  • Slechte conditie van het moederdier. Reeds tijdens de dracht dient uw teefje een
    aangepaste voeding te krijgen. Tijdens de lactatie (periode van de melkgifte) gaat zeer
    veel energie naar melkproductie. Vraag Uw dierenarts op voorhand een voederadvies.

Mastitis of uierontsteking:

De teef is algemeen ziek en door een harde pijnlijke uier kan ze niet voldoende melk voor de
pups produceren.

Metritis of baarmoederontsteking:

Een acute bacteriële infectie van de baarmoeder maakt het moederdier ernstig ziek. Dit kan
ontstaan na een zware bevalling, het opblijven van de nageboorte of pup en gebrekkige
hygiëne tijdens en na de partus.

Vaginale uitvloei of lochia:

Direct na het werpen is de uitvloei donkergroen gekleurd. Dit is volkomen normaal gedurende
de eerste uren ( tot maximaal 12 uur), maar dient daarna te veranderen naar donker rood tot
bruin. De hoeveelheid uitvloei vermindert snel en moet binnen enkele weken beperkt zijn
tot af en toe een druppeltje. Als de uitvloei blijft aanhouden gedurende 7 à 12 weken,
dan spreken we van subinvolutievan de placenta sites. De teef blijft verder wel gezond en
de oorzaak is nog onbekend.

Puerperale hypocalcemie of spierkrampen:

Deze aandoening wordt ook nog puerperale tetanie of eclampsia genoemd en komt voor bij
honden het een rechtstreeks tekort aan calcium of kalk in het bloed. Door verhoogde afgifte
van calcium aan de skeletten vande pups, de melkproductie en soms ook door
ondeskundig dieet kan deze toestand ontstaan tijdens de periode dat pups gezoogd
worden. De teef vertoont plots spierkrampen, stijfheid van de spieren, versnelde
ademhaling en verzwakking. Deze toestand is levensbedreigend en een snelle interventie
van de dierenarts (injectie van calcium) is noodzakelijk. Zonder behandeling blijven de
convulsies aanhouden en zal de hond overlijden door tachycardie (verhoogd hartritme) en
hyperthermie (verhoogde lichaamstemperatuur).

De pups:

De eerste 2 weken zijn voor de pups cruciaal aangezien sterfte voornamelijk gedurende
deze periode optreedt. Het is aan te raden de pups regelmatig te wegen om erop toe te
zien dat alle pups voldoende drinken. Pups die te traag groeien worden bijgevoederd met
puppy melk.

Ontwormen:

Een drachtige teef is super gevoelig voor wormen. De teef dient vóór het dekken en net
vóór het werpen ontwormd te worden met een breedspectrum ontwormingsmiddel.
Wanneer dit niet goed gebeurt, kunnen de pups nog vóór de geboorte (transplacentair)
of via de moedermelk direct na de geboorte, besmet worden. De pups steeds op de
leeftijd van 14 dagen ontwormen met een pasta. Op de leeftijd van 4 weken deze procedure
herhalen en niet vergeten om het moederdier telkens mee te behandelen.

 

Vaccinatie:

Zorg ervoor dat voor het dekkken uw teef volledig geënt is. Hoe beter de vaccinatiestatus van
het moederdier, hoe beter de immuniteit van de pups gedurende de eerste levensmaanden.
Wanneer de pups 6 weken oud zijn kunnen ze worden gevaccineerd tegen hondenziekte
(ziekte van Carré of Distemper) en kattenziekte (Parvovirose). Wijzelf adviseren te 
hervaccineren op 9 en 12 weken ouderdom, met andere woorden het 6-9-12
vaccinatiesysteem.

Identificatie:

Sinds 1997 is de eigenaar (eerste eigenaar is de fokker) wettelijk verplicht om de
pups te laten identificeren en registreren. Dit kan door middel van tatouage of chippen
gebeuren. Het plaatsen van de microchip verdient de voorkeur daar tatouages pijnlijker
zijn en vaak onvoldoende leesbaar na verloop van tijd. Vanaf 2011 wordt tatoueren als
identificatiemiddel ook in Belgie afgeschaft. In de U.K., Ierland en Malta aanvaardt men nog
enkel chippen als wettelijke identificatie. Het plaatsen van de chip kan ten allen tijde
gebeuren, maar wordt meestal samen met de vaccinatie gedaan. Op dit moment
wordt ook het Europees paspoort afgeleverd.